change language


Het dubbelgraf van Niersen: ‘een buitengewone kunstgreep’

door Luc Amkreutz (conservator prehistorie RMO)

In de zomer van 1907 werd er door J.H. Holwerda een bijzondere vondst gedaan in een grafheuvel nabij Niersen. Het betrof hier een uitzonderlijk goed bewaard dubbelgraf uit het Laat-Neolithicum. Na meer dan een eeuw staat deze vondst weer volledig in de belangstelling en wordt getracht door middel van nieuw onderzoek en nieuwe technieken meer te weten te komen over de individuen in het graf en het grafgebruik uit deze periode.

Verstopt op zolder

Tussen de balken op de depotzolder van het Rijksmuseum van Oudheden stond jarenlang een krat die in de loop der tijd verdween onder een stapel dozen van de opgravingen bij Jebel-Aruda. Een vondst die langzaam in vergetelheid leek te verzinken en zich ook door haar speciale omvang en inhoud keer op keer aan het computersysteem TMS had weten te onttrekken. Het was dan ook bepaald geen eenvoudige opgave toen we binnen het ‘Ancestral Mounds’ project op zoek gingen naar ‘het dubbelgraf van Niersen’. Na enig speuren kwam de kist echter weer in zicht. De dozen gingen eraf en het deksel werd opgetild. Onder een dikke laag stof lag een grote klomp gips waarin zich vaag de contouren van een skelet aftekenden. Ernaast gelegen nog een bundeltje botten, als het ware terzijde geschoven. Het dubbelgraf van Niersen werd al meer dan een eeuw geleden opgegraven door J.H. Holwerda en verdween na enkele jaren in de tentoonstelling naar een nieuwe rustplek…tot voor kort.

Inmiddels staat de kist op een tafel en wordt er onder fel licht zo nu en dan hard aan gewerkt door twee archeologen en een restauratrice. Met kwastjes en krabbertjes wordt het losliggend gips verwijderd en gezeefd op de aanwezigheid van stukjes bot. Over de kist is een grid gespannen en elk vakje is nauwkeurig ingetekend en gefotografeerd. Binnenkort wordt de laag stof verwijderd en worden de losliggende botfragmenten gedocumenteerd. Het is de verwachting dat door nieuw onderzoek binnen het ‘Ancestral Mounds’ project er nieuwe gegevens aan het licht kunnen komen.

Op uitnodiging van de koningin

Holwerda ontdekte het graf in de zomer van 1907. Op verzoek van koningin Wilhelmina mocht hij opgravingen verrichten van een elftal grafheuvels in de buurt van Niersen op de Veluwe. Onder heuvel G4 trof hij de restanten van een verbrande houten structuur aan en een keien vloertje. In het midden van het vloertje lagen op een diepte van 30 cm de resten van twee menselijke lichamen. Het karakter van de heuvel en de wijze van begraving deden Holwerda vermoeden met een bijzetting uit het Laat-Neolithicum van doen te hebben (meer in het bijzonder de Klokbekerperiode). Vanwege de slechte toestand van de botten, ‘eene zeepachtige lichtgrijze massa’, besloot hij, met vooruitziende blik, het graf als geheel te lichten: ‘Daarom liet ik de geheele plek, waar de lijken lagen, met den omringenden grond in het gips zetten en dezen gipsklomp naar Leiden vervoeren, waar wij de weeke geraamten met deskundige hulp uit het omringende zand konden uitpraepareren om daarna de weeke substantie te harden en te conserveeren’. Naar we nu vermoeden is dit de eerste bloklichting uitgevoerd in Nederland! Per paard en wagen en trein werd het gipsen blok naar Leiden vervoerd alwaar het met krabbertjes en dassenharen borsteltjes werd uitgeprepareerd. Een vervolgonderzoek van de skeletresten door prof. Nieuwenhuis (hoogleraar anatomie) leek er indertijd op te wijzen dat het meest complete skelet mogelijk van een vrouw afkomstig was, de bundel losse botten van een man. De jaren na de ontdekking is de dubbelbegraving te zien geweest in het museum, om daarna vele tientallen jaren ‘uit zicht’ te verdwijnen.

Een bijzondere vondst en een bijzondere behandeling

Het graf van Niersen is bijzonder omdat er daadwerkelijk nog skeletresten aangetroffen en bewaard zijn. Meestal blijft er in de zure zandgrond weinig meer over van een skelet dan een zogenaamd lijksilhouet (een verkleuring in de grond waar het lichaam heeft gelegen) en de vele crematies zijn ook vaak minder informatief. Doordat Holwerda in 1907 de tegenwoordigheid van geest had het skelet als blok te lichten hebben we een unieke kans meer te leren over deze personen en het grafritueel. Indertijd werd deze actie ook al als bijzonder beschouwd. Dr Sasse schrijft in 1911: ‘Ik herinner er aan, dat Dr. J. H. Holwerda door een buitengewone kunstgreep een meer dan half vergaan stel geraamten uit een praehistoriese grafbouw bij Niersen naar Leiden wist te vervoeren…’. In die zin hebben we ook vanuit het oogpunt van opgravingsmethodologie en conservering met een uniek object te maken. In het veld is de begraving geïsoleerd (rondom werd de grond weggegraven) en ‘met een dikken gipsmantel omgeven, die in geval van minder goede uitkomsten toch de vormen der reeds ontgraven beenderen als afgietsel bewaard zou hebben’. Daarnaast werden ijzeren staven en hoeken in de gipslaag opgenomen ter versteviging en tenslotte werd er een plank onder de gipsklomp geschoven. Dit maakt ook duidelijk dat we op dit moment eigenlijk naar de onderkant van het graf kijken, aangezien de hele klomp vervolgens omgedraaid is. Het is nu nog onduidelijk hoe en waarmee de botten verstevigd zijn, maar ze waren er niet al te best aan toe. Ze worden ietwat vervreemdend omschreven als een ‘zeepachtige grijze massa’ ten dele overgegaan in een ‘lijmachtige omstandigheid’, met een ‘eigenaardige kaasachtige weekheid’ waarvan delen tot een ‘zwarten koek’ waren samengebakken. Waarschijnlijk is er beenderlijm gebruikt om een en ander te verstevigen.

Nieuw onderzoek

Vanuit wetenschappelijk en archeologisch oogpunt is er zoals gezegd de hoop dat de graven van Niersen nog veel nieuwe gegevens zullen opleveren. Een eerste stap is het schoonmaken, blootleggen en consolideren van de menselijke resten. In samenwerking met een fysisch antropoloog zal gekeken worden naar het geslacht en de leeftijd van de individuen en eventuele sporen van ziekten en wonden (pathologiën). Er is weinig kans nog materiaal voor een DNA analyse aan te treffen, maar mogelijk zijn er monsters te nemen voor een 14C datering en isotopenonderzoek (met isotopenonderzoek kan gekeken worden naar het dieet en de herkomst van een individu). Het gebruik van de beenderlijm zou hier wel roet in het eten kunnen gooien. Daarnaast is het zaak een beter beeld van het grafritueel te verkrijgen. Was er sprake van een open ruimte en een bijzetting? Welk skelet lag er eerst in? Zijn de botten aan de kant geschoven? Horen ze bij één persoon? Etc. Het is daartoe ook de bedoeling, indien de stevigheid transport toelaat, het blok gips middels röntgenstralen te scannen.

Op grond van de opgravingsgegevens en verschillende andere karakteristieke kenmerken, is vrijwel zeker dat het graf van Niersen te dateren is in het Laat-Neolithicum. Het huidige onderzoek zal nieuwe gegevens aan het licht brengen, van belang voor een beter begrip van het grafritueel in deze periode. De ligging van het graf op een hoge locatie in het landschap geflankeerd door andere graven en de bijzondere structuren aangetroffen in de heuvel, lijken erop te wijzen dat dit misschien wel een bijzondere begraving was. Meer nieuws volgt natuurlijk op de website!

Bronnen:

- Holwerda, J.H. 1908. Tumuli bij Niersen, OMRO II, 1-17.
- Nieuwenhuis, A.W. 1908. De menschenresten uit den praehistorischen grafbouw bij Niersen, OMRO II, 18-25.
- Sasse, J. 1911. Antropologies onderzoek voorloopig alléen van de door Dr. Holwerda en later door Dr. Evelein opgegraven Katwijker schedels, OMRO V, 76-124.

Click to enlarge
Overzicht van het graf en de determinatie van de botresten van tenminste twee individuen

Click to enlarge
Te zien is de schedel van het individu dat min of meer in anatomische positie lijkt te zijn begraven

Click to enlarge
In de linkerhoek is de concentratie botten van het tweede individu te zien, het hoofd van het eerste individu ligt in de rechterhoek, dit individu ligt in opgetrokken positie en kijkt naar rechts (op de foto)

Click to enlarge
Emmy van de Ven (restauratrice in opleiding) is bezig met het aanbrengen van een grid (vierkant raster in touw) met behulp waarvan het hele graf kan worden opgemeten en worden ingetekend. Het graf ligt nu nog onder een dikke laag stof

Click to enlarge
De onderkaak van het tweede individu dat over enkele langbeenderen (armen/benen) ligt

Click to enlarge
Op de voorgrond is het de concentratie botten (voornamelijk de langbeenderen) van het tweede individu te zien, rechts op de concentratie is de zien dat er een onderkaak over de langbeenderen ligt



Andere bronnen:

27-11-2008 - Radio-interview over het Graf van Niersen met Luc Amkreutz


26-11-2008 - Museum Leiden schakelt politie in voor botonderzoek (artikel Volkskrant)


Weblog met eerste resultaten röntgenonderzoek


The Niersen Beaker burial: A renewed study of a century-old excavation

Creative Commons Licentie
werk van Ancestral Mounds Project is in licentie gegeven volgens een
Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 3.0 Nederland licentie.
Gebaseerd op een werk op www.grafheuvels.nl. -