change language


Een ongekend rijk graf...Heuvel 7 van de Zeven Bergen

door David Fontijn


In 2004 werd door Archol BV en de Universiteit Leiden de grafheuvelgroep “Zevenbergen” te Oss opgegraven. Geordend in een rij lagen hier verschillende grafheuvels uit de bronstijd (2000-800 v. Chr.), en een klein begraafplaatsje uit de vroege ijzertijd (800-500 v. Chr.). Het hele terrein was in de prehistorie gemarkeerd met soms 150 m lange palenrijen, raadselachtige structuren, die vermoedelijk iets van doen hebben met processies en rituelen die tijdens begravingen in de prehistorie plaats vonden. De meest opvallende grafheuvel van die groep was echter een enorme ronde bult van rond de 40 m in diameter. Als die veel kleinere grafheuvels uit de bronstijd al zulke interessante gegevens over de prehistorie konden opleveren, wat zou zo’n “reuzenheuvel” dan wel niet bevatten?


De “ongrijpbare” Heuvel 7

Die enorme heuvel, gerangschikt in onze ordening als “heuvel 7” prikkelde de verbeelding van de onderzoekers in 2004 enorm. Maar alles wat we ons over die heuvel moesten voorstellen bleef bij fantasie, want dit monument was de woonplaats van een das. Om hem niet te storen bleven we tijdens de opgraving uiteraard ver van zijn woonplaats verwijderd. Hoewel de gegevens van de opgraving van 2004 enorm interessant waren, bleef er een grote lacune in onze kennis: hoe konden we begrijpen wat hier in dit prehistorische grafveld gebeurde, als we de grootste en ongetwijfeld belangrijkste grafheuvel van de hele groep nooit hadden onderzocht? In verband met de aanleg van een afrit van de A50 kwam heuvel 7 echter pal langs de snelweg te liggen: de das werd verhuisd naar een andere burcht vlakbij, waar het beter toeven zou zijn. En als gevolg daarvan was die - inmiddels bijna legendarische - heuvel 7 ineens begaanbaar.


Het onderzoek van heuvel 7

De heuvel leek in een zeer slechte staat te verkeren. Talloze dassengangen hadden de archeologische resten verstoord, en de grote hopen uitgegraven zand gaven de archeologen weinig hoop dat er nog belangrijke resten aanwezig zouden zijn. Op grond van die verwachting werd besloten tot een beperkt onderzoek van de heuvel in 2007. We zouden een deel van de heuvel intact laten in de verwachting dat latere generaties die misschien met betere methodes konden onderzoeken. Wij zelf zouden ons concentreren op het meest vergraven deel van de heuvel, om zo toch nog wat gegevens te verzamelen waarmee we konden begrijpen wat de rol van deze heuvel in het Zevenbergen-grafveld was. Een klein team van de Universiteit Leiden en Archol BV werd samengesteld, waarbij de wetenschappelijke leiding in handen was van David Fontijn van de Universiteit Leiden, en de veldleiding in die van Richard Jansen. Ancestral Mounds-medewerkers van het eerste uur, zoals Quentin Bourgeois, en Cristian van der Linden groeven mee en ook Ivo van Wijk (die de opgraving in 2004 leidde) en enkele Leidse studenten en amateur-archeologen uit Oss waren waren deel van het team. De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschappen en Monumentenzorg (RACM, huidige RCE) was ook nauw bij het onderzoek betrokken, en dit bleek later - toen we onverwachte vondsten gingen doen - van grote waarde.


“We hebben brons!”

De grafheuvel had een diameter van rond de 40 m: een omvang die we in de Nederlandse archeologie vaak met een graafmachine onderzoeken. Ervaringen uit onze eerdere grafheuvelopgraving in Elst-Rhenen hadden echter geleerd dat het loont om heuvels op een meer secure wijze met de schep op te graven, en dat besloten we ook hier te doen - met succes, zo zou al gauw blijken. Op een typische Hollandse meidag, met de ene regenbui na de andere, riep één van de studentes ineens: “we hebben brons!”. En inderdaad, in het centrum van de heuvel, maar slechts een dertigtal centimeters onder het oppervlak was een bronzen ring blootgelegd - alsof de duvel ermee speelde, nét buiten een gang van de das.


Brons, brons, overal brons...

Het bleef niet bij die ene ring. Niet ver er vandaan vonden we een grote strooiing houtskool, waartussen zich ook bronzen voorwerpen bevonden. Deze waren echter zeer klein: een soort krammetjes met een diameter van hooguit enkele milimeters. Na een verblijf in de grond van duizenden jaren vielen ze bijna uit elkaar als je ze probeerde te lichten. En het bleef niet bij één zo’n bronsje: al gauw zagen we er tientallen. Als we dit met een graafmachine hadden gelicht waren ze op de stort verdwenen zonder dat iemand er ooit van had geweten. Zelfs met de metaaldetector waren ze bijvoorbeeld nauwelijks terug te vinden.

Maar het was vrijdagmiddag. Er zou een weekend volgen, waarin kwaadwillenden al deze vondsten zo uit de opgraving zouden kunnen uitgraven. Het zou niet alleen een ramp zijn als al deze prehistorische bronzen verdwenen, ook de context - alle informatie over hoe deze objecten in het graf lagen en wat we daaruit kunnen afleiden over het verleden - zou door clandestiene graafpartijen onherstelbaar beschadigd zijn. We besloten daarom om de objecten met grond en al te lichten, nadat we ze zorgvuldig gedocumenteerd hadden. Maar tot onze grote schrik bleek het niet bij deze objecten te blijven: onder de gelichte vondsten vonden we nog meer van die hele kleine - niet-detecteerbare bronsjes....


De bloklichtingen

Al snel was duidelijk dat we zo niet door konden gaan: zo goed en zo kwaad als het ging besloten we het graf af te dekken met aarde en stalen platen die alleen door een grote graafmachine verwijderd konden worden. Zo zou het graf veilig het weekend door komen. Na het weekend besloten we, na uitgebreid overleg met onze collega’s van de RACM tot een heel andere aanpak. Het graf zou in zijn geheel, als blokken grond, gelicht worden. Vervolgens konden dan in de veilige omstandigheden van een conservatie-laboratorium de objecten goed blootgelegd, gedocumenteerd en direct geconserveerd worden. Voor deze aanpak - opgravingstechnisch gezien een huzarenstukje - namen we de specialisten van de firma Restaura in de arm.


“CSI-onderzoek” van de gelichte blokken

Alle blokken kwamen zonder beschadiging in het laboratorium van Restaura terecht. Toen kon het echte werk beginnen. Met behulp van een röntgen-apparaat en een minutieus meetsysteem kon de positie van honderden kleine bronzen objecten vastgesteld in de gelichte blokken vastgesteld worden. Hierna volgde een “CSI-achtig” onderzoek waarbij heel zorgvuldig met kwastjes zand verwijderd werd en de positie van de objecten en het verbrande hout gedocumenteerd. Van groot belang was om het hout direct te preparen. Het was zo fragiel dat het zonder behandeling al snel in kleine brokjes uiteen viel. De Ancestral Mounds-onderzoeker Cristian van der Linden maakte regelmatig gedetailleerde tekeningen en alle bevindingen werden door Jo Kempkens en Ton Lupak van Restaura uitvoerig vastgelegd. Zij konden door de combinatie van röntgen-foto’s van de bovenkant en zijkant vaststellen dat die kleine bronze krammetjes vaak nog in rijtjes in de grond zaten: klaarblijkelijk waren ze bevestigd op een organische stof die inmiddels volledig vergaan was en waarvan de aanwezigheid alleen nog maar door de positie van de krammetjes vast te stellen is.


Wat hebben we gevonden?

Het onderzoek van de blokken in het laboratorium was enorm tijdrovend, en het zal niemand verwonderen als de definitieve resultaten ook twee jaar na de eigenlijke opgraving nog niet gepubliceerd zijn. Maar op grond van al het onderzoek kunnen we wel alvast een tip van de sluier oplichten. Het blijkt dan dat het detaillistische onderzoek zowel tijdens de opgraving als in het laboratorium ook heel gedetailleerde informatie oplevert over wat hier in de prehistorie gebeurde. De resultaten vertellen ons over een bijzondere begrafenis die 2600 jaar geleden in Oss plaatsvond.

> > Lees verder over de vondsten van Heuvel 7



Click to enlarge
De grafheuvel opgravingen bij Zevenbergen, Oss, gezien vanuit de lucht


Click to enlarge
De opgravers kijken naar het zojuist schoongemaakte vlak van één van de 'kwadranten' van heuvel 7


Click to enlarge
De tijdens de opgraving ontdekte bronzen ring, waarschijnlijk maakt deze deel uit van paardentuig


Click to enlarge
Overal komen kleine bronzen vondsten tevoorschijn


Click to enlarge
De kleine bronzen krammetjes zijn sterk verweerd en vallen bijna uitelkaar


Click to enlarge
Stalen bakken worden in de grond geduwd om alles in één keer naar het laboratorium te vervoeren


Click to enlarge
Op de röntgen foto zijn honderden kleine krammetjes zichtbaar


Click to enlarge
Bij Restaura worden de blokken onder laboratorium omstandigheden minitieus uitgegraven en alle vondsten geconserveerd


Creative Commons Licentie
werk van Ancestral Mounds Project is in licentie gegeven volgens een
Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 3.0 Nederland licentie.
Gebaseerd op een werk op www.grafheuvels.nl. -